Selecteer een pagina

Keizerlijk buitenverblijf, vereeuwigd door Rubens

Karel van Lorreinen (Millits)

Dit uitgestrekte gebied kreeg in de middeleeuwen een eerste bestemming als prestigieus jachtgebied door de hertogen van Brabant. Een jachtslot wordt opgebouwd en uitgebreid door opeenvolgende hertogen. Keizer Karel himself was er zelf ooit aanwezig op een jachtfeest. Niemand minder dan Pieter Paul Rubens schilderde er het portret van aartshertog Albrecht, man van landvoogdes Isabella, de kleindochter van de keizer.

Rond 1750 stelt Keizerin Marie-Theresia van Oostenrijk haar schoonbroer Karel van Lorreinen aan tot landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Hij voert meteen een grondige upgrade door met mooie tuinen, een uitbreiding aan het kasteel, een experimentele ‘manufactuur’ en een orangerie om exotische bomen in onder te brengen. Omdat de toegang tot het kasteel hem niet prestigieus genoeg lijkt, laat hij een indrukwekkend hoefijzervorming complex bouwen met koetshuis, stallen en bediendenvertrekken.


Na de dood van landvoogd Karel raakt het gebied in verval. Keizer Jozef II beslist daarom om het geheel te slopen. Alleen de Sint-Hubertuskapel en het Hoefijzer, een treffende naam voor de vorm van dit gebouw, blijven staan.

Het Hoefijzer: bakermat van het Belgisch raspaard

Aan het begin van de negentiende eeuw krijgt het Hoefijzer een nieuwe invulling met een imposante paardenstoeterij. In 1830 nemen de Belgische strijdkrachten te paard er hun intrek. In diezelfde periode geldt de stoeterij als een van de belangrijkste fokkerijen van het Belgisch raspaard.

In 1897 organiseert Koning Leopold een wereldtentoonstelling in het Jubelpark met een koloniale invulling in Tervuren. Het Hoefijzer, dat deels wordt omgebouwd tot expositieruimte, wordt dan de terugvalbasis voor Afrikanen die de dorpen van de tentoonstelling in en rond het Park van Tervuren en het koloniënpaleis bevolken.

Na de tentoonstelling nemen de Belgische cavalerie, gendarmerie en rijdende artillerie er opnieuw hun intrek.

Panquin: verwijzing naar oorlogen en helden

Vanuit deze Hoefijzerkazerne vertrekken de troepen naar het front in WO I. Een laatste confrontatie met de Duitse cavalerie; de ‘Slag der Zilveren Helmen’, wordt een onverhoopt succes. Daarop krijgt het Hoefijzer de naam van de gesneuvelde Belgische Commandant Georges Panquin. Er komt ook een monument.

In september 1944 wordt het 4de bataljon fuseliers als eerste legereenheid na de bevrijding heropgericht in deze kazerne. Het wordt ook een militair opleidingscentrum en in de orangerie wordt een feestzaal ingericht.

Tot de jaren 70 blijft de Panquinkazerne het hoofdkwartier van de binnenlandse strijdkrachten. De Generale Inspectiedienst verlaat als laatste het Hoefijzer in juni 2014.

Stille getuige van rijke geschiedenis

Bij ION realiseren we ons hoe betekenisvol deze plek is. Het komt er bij de herbestemming en herinrichting van het Hoefijzer tot hotel dan ook op aan om de kracht van de rijke geschiedenis van deze site te respecteren en gebruiken.

 

Credits: Koninklijke Heemkundige Kring Sint Hubertus Tervuren